De Klucht


“Ik ben er wel, maar ik ben er ook niet” – klucht in twee bedrijven door Jan Tol & Astrid Baijs


Waar is het mis gegaan? In het hotel loopt een portier half naakt rond en barst het van de dominees. Twee natuuronderzoeksters ontdekken de man. Het hotel personeel is van slag evenals de gasten wiens relaties hevig onder druk komen te staan. Hoe loopt dat af?!


Er lopen maar vreemde figuren rond in het hotel. Als eerste Frans de Jong, die zijn vrouw Johanna naar het hotel heeft gebracht, omdat zij een week lang de conferentie van kerken gaat bijwonen. Zij lijkt echter meer naar deze conferentie te gaan om dominee van Opstelten te ontmoeten. Frans wil daar op zijn manier achter zien te komen. Verder is er het echtpaar Wilms, die op vakantie zijn en naast de kamer van Johanna komen te zitten. Echt boteren tussen Frits en Jeanette Wilms doet het niet, wat al gauw leidt tot vele verwikkelingen. Door een fout van de eigengereide hotelknecht Bob, wordt de kamer van Johanna ook nog eens dubbelgeboekt en komen daar de excentrieke Mo en Jo den Doper terecht. Verder lopen er verschillende dominees, een portier, een gasfitter en een therapeut rond, die van de ene naar de andere kamer vliegen. Maar wie is nu wie en zijn ze wel, dat ze zeggen dat ze zijn? Heeft Evert, de tijdelijke manager van het hotel, een oplossing voor alle problemen? In ieder geval schakelt hij zijn neef Kees in om hem te komen helpen.